Manon Bonefaas

Passie voor onderwijs en ICT

beoordelen, onderwijs, toetsing

Beoordelen angst regeert

rubric beoordelen

Nah dat is toch niet zo? Dat angst regeert bij beoordelen?

Jawel.

Docenten vinden het hartstikke moeilijk om te beoordelen.

En dat is dan ook weer niet waar.🤔

Ik leg het uit.

Beginnend beroepsbeoefenaar

In een beroepsopleiding leid je op voor een beginnend beroepsbeoefenaar.

Ja dus?

Een startend beroepsbeoefenaar moet nog een boel leren en veel ervaring op doen.

Maar wanneer is het goed genoeg?

Dat is de vraag die beoordelaars moeten beantwoorden.

Daarnaast moeten ze ook goed vastleggen hoe ze tot die verantwoording gekomen zijn.

Zo moeilijk kan dat toch niet zijn?

Jawel dat is het wel.

Beoordelen

Iedere docent weet welke van zijn leerlingen of studenten de besten van de klas zijn.

Dat hoeven niet de studenten te zijn met de beste resultaten op (kennis)toetsen.

Met name in beroepsopleidingen zijn ook allerlei praktische vaardigheden van belang om tot de besten te behoren.

Nou ja, als je dat allemaal weet kun je het ook gebruiken toch?

Natuurlijk maar het is niet zo simpel.

Alle beoordelingen moeten verantwoord en vastgelegd worden. Dat is ook terecht in verband met transparantie van oordelen.

Je wilt laten zien wat je beoordeelt en hoe je dat doet.

Kwaliteit van beoordelen zit in transparantie, navolgbaarheid en consistentie.

Kortom:

je moet laten zien hoe je beoordeelt, waarom je zo beoordeelt (motivatie) en je moet het goed vastleggen (navolgbaarheid).

Dat laatste is ook van belang voor de intervisie van beoordelaars en voor de accreditatie van opleidingen.

Oordeel geven

Het uitspreken of iets goed is of niet zo goed is voor veel docenten erg moeilijk.

Ik heb dat zelf ervaren.

Vraag je echter:

Welke student zie je straks als beste functioneren in zijn baan?

Dan hebben de meeste docenten daar wel een antwoord op.

Dat wist ik ook precies.

Met allerlei hulpmiddelen wordt gezocht naar de meest effectieve manier van beoordelen en vastleggen.

Rubrics worden veel gebruikt.

Soms worden ze echter zo uitgewerkt dat het meer een vinklijstje geworden is.

rubric beoordelen

De rubrics zijn zo in detail uitgewerkt dat je als student niet anders kan dan volgens de rubric je scriptie of onderzoeksverslag maken.

Anderzijds: voor docenten zijn de rubrics  soms een keurslijf, die geen recht doen aan de student die alles bijvoorbeeld net wat anders aangepakt heeft.

In het overleg door docenten over studenten wordt meestal wel holistisch gekeken.  (Holistisch is in onderlinge samenhang zie ook dit artikel.) Gezamenlijk komen docenten dan tot een oordeel. Soms passen ze dat gezamenlijke oordeel achteraf in de rubrics toe. Rubrics zijn in dat geval wel eens belemmerend en doen de student te kort.

Maar die rubrics zijn er natuurlijk niet voor niets. Ze helpen bij de vastlegging voor transparantie en navolgbaarheid.

Voila de angst van de docent: beoordeel ik nu goed of niet?

Wat te doen?

De vraag is natuurlijk hoe los je dit op.

Drie tips:
  1. Probeer, bij voorkeur, in overleg met studenten rubrics te maken. Dat zorgt voor een gemeenschappelijke taal. Duidelijkheid over de inhoud maakt dat de verwachtingen omtrent de beoordeling heel helder zijn.
  2. Vertrouw op je eigen oordeel als professional 👍(hart onder de riem voor de docent!)
  3. Maak gebruik van peerfeedback 👥zodat meer mensen naar het eindproduct kijken en een beter oordeel gegeven kan worden.
Conclusie

Angst regeert natuurlijk niet bij beoordelen.

Maar beoordelen is wel heel moeilijk.

Soms doen gebruikte instrumenten geen recht aan een student. Als docent/beoordelaar kun je dan in een lastige positie komen. Je moet immers transparant en navolgbaar je beoordeling verantwoorden.

Het is goed om zo nu en dan het gehele toetsprogramma onder de loep te nemen. Stel jezelf de vraag:

Is het nodig dat de eindbeoordeling zo zwaar is?

en:

Zijn zoveel toetsen nodig?

Of kun je op een meer vanzelfsprekende manier door voldoende feedback en formatieve toetsen komen tot het een goed eindresultaat. Docent en student werken daar gezamenlijk naar toe.

De eindbeoordeling brengt geen verrassingen meer, er zijn al meer dan voldoende feedback momenten geweest.

Geen stress voor student, maar ook geen stress voor de docent.😍

  1. Manon,
    Gisterenavond hebben we hier ook bij stilgestaan met de Arlande onderwijsgroep. Een duidelijk proces ontbreekt in veel gevallen waardoor het spannend blijft om te beoordelen. Met name de toenemende bewijslast is een extra stressfactor.

    • Manon Bonefaas

      Klopt helemaal Rieks. We moeten kijken of we die bewijslast kunnen vereenvoudigen en/of digitaliseren. Later zal ik daar ook nog een blog over schrijven 😊

  2. Rieks

    Kijk ik naar uit Manon! Wie hebben hier eigenlijk het meeste last van? De opleidingsmanagers of meer de bedrijfvoering managers?

    • Manon Bonefaas

      Ik denk dat het meer in de lijn ligt dus docenten, toetscommissie, examencommissie en opleidingsmanagers. In de bewaarplicht van de vastlegging (ondersteunend proces) spelen de managers bedrijfsvoering natuurlijk een rol.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: