Manon Bonefaas

Passie voor onderwijs en ICT

cesuur, cijfer geven, toetsing

Twee redenen om hele cijfers te geven

gemiddelde

Naar aanleiding van mijn blog Van score naar uitslag  kreeg ik verschillende reacties.

De belangrijkste was wel: hele cijfers.

Bijna iedereen gaf aan dat die hele cijfers wel prettig zouden zijn. Helaas wordt veel gewerkt met decimalen.

De vraag is dan ook: wat is het verschil tussen een 5,4 en een 5,5?

Juist de eerste score is onvoldoende en de tweede is voldoende.

Denk je echt dat je als docent zo goed kunt beoordelen?

Hele cijfers of toch niet?

Bepaal hoe nauwkeurig je je cijfers kan vast stellen. Kun je met droge ogen verdedigen dat je het onderscheid kunt maken tussen een 5,4 en een 5,5?

Nee.

Dan geef je hele cijfers dus een 5 of een 6.

De 6 is dan de eerste voldoende.

Dit is meteen de eerste reden om hele cijfers te geven.

Cijfers met decimalen geven een schijnzekerheid.

Afronden naar hele cijfers

Je kunt natuurlijk zeggen: we zijn nou een keer gewend aan die 5,5 dus dat blijven we doen. Alleen voor het rapport of eindexamen ronden we af.

Maar realiseer je dat afronden nieuwe problemen met zich mee brengt.

Voorbeeld

Een leerling haalt 9 voldoendes (precies 5,5) en één onvoldoende, een 5,4 door het jaar heen.

Het eindcijfer wordt afgerond.

Resultaat: gemiddelde wordt daarmee een onvoldoende.

proefwerk 1 5,5
proefwerk 2 5,5
proefwerk 3 5,5
proefwerk 4 5,5
proefwerk 5 5,5
proefwerk 6 5,5
proefwerk 7 5,5
proefwerk 8 5,5
proefwerk 9 5,4
proefwerk 10 5,5
gemiddeld 5,49

Gemiddeld is de score een 5,49 en volgens de afrondingsregels is dat een 5.

Scoort een leerling 9 keer een 6 en één keer een 2 dan blijft het een 6 (gemiddelde is in dit geval 5,6).

Dit lijkt en voelt heel logisch. Die 2 zal wel een misser geweest zijn.

Nog moeilijker

Problemen ontstaan ook bij het toepassen van leerlingvolgsystemen of digitale toetsing. Wanneer van te voren niet goed nagedacht wordt over de cijferbepaling kan zich het volgende voordoen:

Een 5,49 wordt, in bijvoorbeeld Magister, afgerond tot een 5,5. De leerling haalt voor zijn 10 proefwerken 10 keer een 5,49. Deze leerling is iedere keer blij, hij heeft het net gehaald :).

Het addertje onder het gras zit in het rapport. Daar moet de docent ineens een 5 verdedigen. Reken maar mee:  tien keer een 5,49 levert gemiddeld een 5,49 op. Bij afronden naar hele cijfers is dat een 5.

Het afrondprobleem wil je niet meemaken, nog een reden om hele cijfers te geven.

Tenslotte

Het is veel makkelijker om hele cijfers te geven dus laten we dat voortaan doen.

 

Met dank aan Willie de Wit.

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: