Uitslag ja, dat krijg ik ervan.

Waarvan?

Nou van het bepalen van de uitslag. Het geven van het cijfer.

Dat is toch niet zo moeilijk?

Jawel, realiseer je dat we feitelijk 11 cijfers te vergeven hebben?

Huh, elf?

Ja, tel maar na: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10.

O zo.

Gelukkig wordt de nul bijna nooit gegeven. Bijna altijd krijg je een 1 voor de moeite of voor het opschrijven van je naam.

Blijven er 10 cijfers over.

De vraag is of je hele cijfers als uitslag wilt geven of ook halve cijfers toestaat. Of nog erger tienden van cijfers.

Ik zal het uitleggen

De cesuur is in dit voorbeeld 70%, dat wil zeggen dat je het cijfer 5,5 krijgt bij 70% van de vragen goed.

Alle scores die 70% of hoger zijn hebben een voldoende. In dit geval krijgt de kandidaat een 6. De decimalen worden afgerond.

Hieronder heb ik het in een grafiek gezet:

Opvallend zijn de twee knikjes in de grafiek:

cesuur

De groene pijl maakt zichtbaar wat gebeurt met de scores tussen 0 en 0,5. Deze scores zijn feitelijk een 0. In de praktijk wordt hier vaak de 1 voor de moeite toegekend. Dat zie je in de grafiek.

De oranje pijl staat bij de cesuur. Dit is de grens tussen zakken en slagen. De grafiek heeft hier ook een knik. Het percentage punten te verdelen onder de cesuur is immer groter dan het percentage boven de cesuur.

70% wordt verdeeld over de cijfers tot een 5,5.

30% wordt over de overige 4,5 punten verdeeld.

In onderstaande tabel staan de percentages en punten voor een deel uitgewerkt:

gemiddelde

Je ziet hier dat de score 21 leidt tot een voldoende.

De score 20,7 levert een 5 op.

De vraag is of de score 20,7 kan voorkomen.

Wanneer alle vragen hele punten toebedeeld krijgen dan kan dat niet.

Bij digitale toetsen kan een polytome scoring gebruikt worden, waarmee een vraag gedeeltelijk goed of fout kan zijn. Ook een docent kan een vraag beperkt goed rekenen, bij een handmatige scoring. In deze gevallen zou een score van 20,7 voor kunnen komen.

In mijn optiek betekent de score 20,7 dat de kandidaat gezakt is. Zijn score komt overeen met 69% en is dus onvoldoende.

Nog een toevoeging over de uitslag van een toets. Het uiteindelijke cijfer bepalen is niet zo moeilijk wanneer je de randvoorwaarden vastgelegd hebt.

Randvoorwaarden:

  1. Stel vast wat het minimale niveau is waarmee een kandidaat kan slagen.
  2. Bepaal welk cijfer bij de cesuur hoort, bijvoorbeeld een 5,5 of een 6.
  3. Bedenk wat je doet met de score 0.
  4. Daarna bereken je de cijfertabel waarbij je de cesuur en de maximale waarde als uitgangspunt neemt. Het doet er dan niet toe of de exacte cesuur in punten behaald kan worden.

Overigens wil ik daar aan toevoegen dat een score met decimalen vaak een schijnnauwkeurigheid weergeeft. Meestal kun je niet zo duidelijk aangeven wat het verschil is tussen iemand met een 7,4 en een 7,5.

Mijn advies is dan ook om hele cijfers te geven, dat vermijdt deze discussie.

Deze blog is ontstaan naar aanleiding van een vraag in de LinkedIn groep van de Nederlandse Vereniging voor Examens. De blog is ook op LinkedIn gepubliceerd.