Op dit moment verzorg ik diverse cursussen en trainingen op het gebied van examinering (bijvoorbeeld BKE). Mijn studenten zijn vooral docenten.

Ik ben iedere keer weer verbaasd.🤔

Hoezo?

Nou die docenten gedragen zich als studenten.😅

Goh ik dacht dat we om kwart voor negen begonnen.

Nee, we hadden half negen afgesproken zodat ik op tijd voor een afstudeerassessment zou zijn.

En over huiswerk

Ik heb het veel te druk gehad. Er was geen map waar ik het huiswerk in kon zetten.

Het is net echt.

Docenten worden studenten.

Hoe kan dat nou?

We zijn toch met zijn allen bezig om studenten zelf te laten onderzoeken, nieuwsgierig  en vanuit een wil om te leren op te leiden?

Huhhuh

Klopt maar de praktijk is weerbarstig.

In de discussies die over toetsing en transparantie ontstaan merk ik bij docenten veel weerstand over die transparantie. Bijvoorbeeld bij het gebruik van een toetsmatrijs.

Toetsmatrijs

Een toetsmatrijs is de blauwdruk van een toets.

Met de toetsmatrijs geef je aan welke waarde je aan welke leeropbrengst (onderwerp/leeruitkomst) geeft. En zoals op de prachtige website Toetsing van de HU uitgelegd wordt:

toetsmatrijs

Met andere woorden:

  • gebruik je toetsmatrijs om een goede toets te maken (docenten)  en
  • om de stof goed te leren maak je gebruik van de toetsmatrijs (berekenende student).
Docent aan het woord:

Nou ja zeg, dat ga ik toch niet in hand werken dat die student precies uitrekent hoe hij een voldoende kan halen?

Waarop ik dan zeg:

als je dat nou eens wel doet?

Het punt is namelijk dat zolang je als docent wantrouwen hebt ten opzichte van het willen leren van je student je student precies dit gedrag zal vertonen.

Docenten die studenten vertrouwen geven en geloven dat ze vanuit (hopelijk intrinsieke) motivatie  willen leren, hebben geen probleem met het beschikbaar stellen van de toetsmatrijs.

Berekenende studenten zullen er altijd zijn.

Zorg dat ze gemotiveerd raken om te leren.

Maar nu die docenten die zich als studenten gedragen.

Als dienstverlener in een professionaliseringstraject (BKE) heb ik geen probleem met het uitleggen van bepaalde documenten.

Meer specifiek was de vraag zoiets:

welke onderdelen tellen precies mee voor de 4200 woorden? M.a.w. tellen het voorblad, de inhoudsopgave en de referenties mee voor de 4200 woorden?

Vanzelfsprekend heb ik naar de handleiding verwezen waar het keurig in beschreven staat.

Deze vraag voor uitleg kwam van de grootste tegenstander van heldere toetsmatrijzen .

In het maken van het portfolio loopt hij er tegen aan dat het plezierig is om heldere richtlijnen te hebben.

Het is prettig om te weten waar het om gaat, ervaart deze docent-student.

Vooral bij het maken van een portfolio want dat kost veel tijd. maar ook bij het maken van een toets want dan weet je waar je aandacht aan moet besteden.

Voor deze docent heb ik slechts één opmerking:

Beste docent,

je verdient berekende studenten je bent zelf immers een berekenende docent-student.